Een duidelijke uitspraak van de Rechtbank Limburg over de bevoegheid van een GI. Indien de GI van mening is dat niet- gecontracteerde hulp, in dit specifieke geval, de enige mogelijkheid is, moet zij dit opnemen in een bepaling Jeugdhulp. Artikel 3.5 Jeugdwet beperkt de bevoegdheid van de GI immers niet tot gecontracteerde hulp. De bevoegdheid van de GI is juist: het bepalen welke jeugdhulp noodzakelijk is.
Het wijkteam (Team Jeugd) eist ook nog eens volledige inzage in diagnostische onderzoeken van de kinderen op. Het is niet aan het wijkteam om de GI te controleren of hun onderzoek tot de noodzakelijke hulp in twijfel te trekken. Net zoals bij de verwijzingen van huisartsen, mag een wijkteam ook bij een GI niet op de stoel van de verwijzer gaan zitten.
In de beoordeling geeft de rechtbank aan: De rechtbank verwacht dat als de GI in een bepaling jeugdhulp duidelijk motiveert waarom welke jeugdhulp nodig is, de gemeente op basis daarvan tot de beoordeling van de PGB-aanvraag van de moeder kan komen. De gemeente hoeft daarvoor immers alleen de voorwaarden en weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel 8.1.1 Jeugdwet (en nader uitgewerkt in het gemeentelijke beleid) te beoordelen. Het oordeel van de gemeente ziet in dat geval dus enkel op de leveringsvorm, niet op de noodzaak van de jeugdhulp.
https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:10000